Hoor mij! met Anna Enquist

Dit programma werd onder andere uitgevoerd als Herdenkingsconcert in de Beurs van Berlage in 2007, op verzoek van het Amsterdams 4/5 mei Comité.
PA’dam biedt dit programma opnieuw aan voor seizoen 2015/2016!

Een herdenkingsconcert over de grootsheid der liefde, hoop en toekomst
“Een door liefde gevonden hart voelt niet wat daarbuiten is…”.

PA’dam o.l.v. Maria van Nieukerken
Anna Enquist - gedichten

‘Hoor Mij’ gaat over diep verdriet, ongewild afscheid, verdrietige herinneringen en doodse stilte zonder dat er nog gesproken, laat staan muziek gemaakt kan worden.
Maar ‘Hoor Mij’ gaat ook over de grootsheid der liefde, datgene wat ons de zin van het leven geeft.

Binnen dit programma hoort u afwisselend Anna Enquist met prachtige gedichten en PA’dam al zingend, binnen de muzikale cirkel van Purcell, Milhaud, Sandström en tenslotte de Nederlandse Heppener.

Toen Purcell zijn motet ‘Hear my prayer, O Lord’ componeerde, kon hij zich zeker niet voorstellen dat een andere componist, 300 jaar later, zijn muziek opnieuw zou gebruiken en haar een totaal nieuwe betekenis zou geven.
Sandström, die opgroeide in de post-seriële, microtonale en aleatorische tradities, voegt aan Purcells geroep een duidelijk wanhopig element toe. Purcells ‘cry ’ is tot een aanwezige nabije God gericht; Sandströms geschreeuw, na Nietsche en twee Wereldoorlogen, is een wanhopige kreet in de leegte.
Sandströms compositie is geen commentaar, geen variatie, geen bewerking ‘in een nieuw jasje’. Hij bouwt in twee maten een brug tussen het gebed van 1682 en het gebed van 1986.

Tussen de twee verschillende versies van ‘Hear my prayer, O Lord’  komt Milhauds ‘Elégie’ tot klinken. In dit stuk is de hele stad stil geworden: de muziek van de harpen en trompetten, het geluid van stemmen vermengd met andere stemmen, ze zijn allen voor eeuwig stil geworden.
Het is een kort indrukwekkend werk waarin passages voor Alt-solo met mannenstemmen als begeleiding slechts af en toe plaatsmaken voor het gehele koor.

Na Sandstrom slaat Anna Enquist een brug tussen de ellende en wanhoop van het verleden naar de liefde en hoop van de toekomst. Hierna volgt de Nederlandse compositie van Robbert Heppener waarvan de essentie is dat liefde in hart en geest het allerbelangrijkste is voor een mens en de rest van de wereld buitensluit.

‘Del iubilo del core che esce in voce’ is van de hand van Iacopone Da Todi (1236-1306). De ik-persoon bezingt de jubel van het hart, die de geest binnendringt en niet te verdragen is zonder het uit te schreeuwen, een heerlijke ontlading: de zanger kan niet stil of rustig blijven: hij moet zingen, roepen en het uitschreeuwen.
De laatste strofe van het gedicht zegt dat een ieder die deze jubel niet kent zal zeggen dat je gek bent, maar een door liefde gevonden hart voelt niet wat daarbuiten is….

Mede mogelijk gemaakt door: